productie - Artikelen Eerlijk Voedsel - Eerlijk Voedsel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mijn eigen meelproductie van eigen (boekweit) oogst

Gepubliceerd door in Voeding ·
Tags: boekweitproductiemoestuin
Vorig jaar heb ik voor het eerst boekweit in de tuin gezet. Boekweit was 100 jaar geleden heel gewoon en was in de jaren tachtig van de vorige eeuw vrijwel vergeten.
Nu zien we op meerdere plekken boekweit terug komen, vooral in de 'vergeten groenten' tuinen van biologische kwekers. Ook ik ben daarom weer begonnen met boekweit.
De reden dat men een eeuw geleden op graan en tarwe is overgegaan wordt duidelijk als je boekweit gaat verbouwen. Bij boekweit is er altijd wat. Het staat 100 dagen op het land en het gewas is enorm kwetsbaar. Daarbij zijn de zaden niet tegelijk rijp. Je moet dus een  keuze maken...
Proberen in meerdere etappe's te oogsten, zonder de plant te veel toe te takelen, in één keer oogsten als 'de helft' rijp is, of oogsten als het laatste zaad rijp is.
Gezien de kwetsbaarheid van de plant raad ik aan om te oogsten zodra het kan en heb je de tijd en middelen, doe het dan in etappe's. Dat is veel werk, maar geloof me, het werk is het oogsten niet.
Het werk komt pas als je de (gedroogde) zaden gaat verwerken.
Ik doe het als volgt:
Ik probeer zo veel mogelijk de steeltjes en de niet rijpe zaden al  bij de eerste oogsthandeling weg te houden, maar wil je een beetje opschieten, dan zal je concessies moeten doen.
Als eerste laat ik na de oogst het zaad 'breed' drogen, door het wijd uit te spreiden zodat alle vocht er uit kan. Buiten als het kan, maar laat het weer het niet toe, dan in de schuur.
Vervolgens ga ik tussen de zaden weer zoeken naar steeltjes en niet rijpe zaden. Ook bladeren moet en alles wat er gewoon niet tussen hoort moet er uit.
Als het droog is, dan gaat het allemaal in bakken van maximaal 10 centimeter diep. Mijn ervaring is dat het dan niet gaat broeien.
Daar kan het lange tijd in bewaard worden.
Wil ik nu meel hebben, dan volgen de volgende stappen:
Ik pak de gewenste hoeveelheid zaden. (kwestie van ervaring)
Ik doe die zaden in een emmer en ik pak weer een grote bewaarbak.
Ik  pak steeds een handvol zaden en die wrijf ik boven de bewaarbak tussen mijn handen. Wat ik hiermee probeer, is om zoveel mogelijk zaadjes echt  ook 'los' te krijgen. Later in het proces mogen ze niet de molen blokkeren hetgeen kan gebeuren als de zaden nog op de steeltjes vastzitten.
Ik heb op een gegeven moment alles door mijn handen gewreven.
Ik pak nu een grove zeef die zo grof is dat de rijpe zaadjes er niet doorheen kunnen vallen.
Al het kleine afval zoals schilfers, vliesjes, zand en andere kleine rommel kan er wel doorheen.
Zo hou ik de rijpe zaden en de overgebleven steeltjes over.
Nu gooi ik de erbij gepakte bak leeg. Alle rommel die door de zeef is gevallen is ideaal voor de compostbak en gaat via die weg uiteindelijk weer terug naar de tuin.
Wat is over heb, zijn de zaadjes met de eventueel overgebleven steeltjes.
Zo veel als mogelijk haal ik de steeltjes er nu ook uit.
Eindelijk is het boekweit zaad 'molensteen gereed'.
Ik heb een molensteen machine met molensteentjes van 9 centimeter. Hoe groter de stenen, des te beter het malen gaat, maar ook hoe duurder de machine wordt.
En dit soort machines is al niet goedkoop!
Ik heb dus de kleinste en geloof me, het is voor eigen gebruik mooi zat.

De geselecteerde zaden gaan in de trechter boven de molensteen en de machine gaat aan.


Nu is er één nadeel aan zo'n kleine machine...
Hij kan maar 10 minuten continue draaien. Daarna wordt de machine gewoon te heet. Je kan dus niet kilo's tegelijk doen.
In één dag de hele oogst verwerken kan alleen als je steeds even maalt en dan weer de andere werkzaamheden doet. Kwestie van organiseren.
Mijn voorkeur heeft het om pas een dag voor ik het meel nodig heb het te malen. In het ergste geval kan je het nog zelfs op de dag zelf doen, maar dan moet je vroeg op als je al in de middag je brood of pannekoeken wilt eten.
Nu kan de machine prachtig malen, maar het meel en de zemelen komen allemaal aan één kant de machine uit en zijn niet van elkaar gescheiden.
Er is een machine die dat kan zeven voor je, maar die machinale zeef is drie keer zo duur als mijn molen...
Die heb ik dus niet.
Wat ik doe, is het allemaal opvangen en tijdens het malen haal ik de meeste  zemelen en andere zaken die ik niet in mijn meel wil er al uit en dat doe ik in een middelgrof filter.
Als de machine klaar is met malen heb ik al direct het merendeel van de grove delen apart liggen. Ik zeef dat even en daarmee zijn alle grote delen voor het grootste deel al uit  het meel. Het meel dat ik onterecht per ongeluk tijdens het malen gelkijk met de schilfers ook opgepakt heb, is door het middelgrove filter terug bij het meel gekomen.
Het meel en de resterende grovere delen gaan door een fijn filter. Hier gaat eigenlijk alleen meel doorheen.
Je kan maar heel kleine hoeveelheden tegelijk doen. Grofweg een soeplepel per keer.
Ik schreef al, het werk zit hem in het meel malen en filteren.
Wat je nu over houdt is meel.
Als je heel erg je best doet, dan is het meel bijna wit. Dat is prachtig, maar ik ben van mening dat je best kan tegen wat kleine vervuiling door vermaalde deeltjes van de schil. Bij mij is het meel dus heel licht gekleurd.
In een bak doen, beslag van maken en lekker pannekoeken van bakken...  Mijn voorkeur heeft het om het te mengen met pannekoekenmeel. Bijvoorbeeld een kwart tot maximaal de helft boekwijtmeel. Je kan ook 100% boekwijtmeel gebruiken, maar dat worden behoorlijk zware pannekoeken. Het bakt ook heel anders. Dat is dus even wennen.
Overigens niets mis mee, maar als je gewend bent om 10 pannekoeken te eten, dan  heb je het idee dat er iets mis is als je eigenlijk al na twee behoorlijk vol begint te raken.



Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu